Wie

Naast veel andere factoren, speelt vertrouwen een zeer belangrijke rol bij het aangaan van iedere overeenkomst of relatie. Dat vertrouwen betreft ook de veronderstelling dat je privacy is geborgd. Maar is die veronderstelling juist?

Wat doe je, als je dat niet zeker weet, maar die relatie wel moet aangaan? Bijvoorbeeld omdat je ziek bent. Of als  je heel graag die baan wilt (of wilt behouden). Al jaren op zoek bent naar een woning of heel graag lid wilt worden van die vereniging? Op zo’n moment reken je er op dat het met de bescherming van jouw persoonsgegevens “wel goed zit”. Maar ook ga je er van uit dat jouw rechten wel worden beschermd als dat onverhoopt niet zo zou zijn. Maar is dat ook zo?

De nieuwe privacywetgeving (AVG) die op 25-05-2018 in werking is getreden beoogt een einde te maken aan die onzekerheid. Die wet geeft iemand rechten om vast te kunnen stellen “dat het wel goed zit”. Sinds die datum verwacht de wetgever namelijk dat iedere organisatie die persoonsgegevens verwerkt aantoont dat aan de privacywetgeving wordt voldaan. We zijn inmiddels een jaar verder. Helaas is het zo dat het borgen van privacy (en daarmee het vertrouwen) nog niet bij iedere organisatie een vanzelfsprekendheid is geworden. Zelfs niet in de zorg. Een dat laatste is bijzonder.

Want vooral voor de sector zorg zou je verwachten dat die vanzelfsprekendheid – ook  zonder de nieuwe privacywet – altijd al centraal zou moeten staan. In ieder geval is dat voor mijzelf altijd wel het geval geweest. Zowel tijdens mijn werkzaamheden als zorgprofessional, aanbieder van netwerkdiensten, beleidsadviseur en mijn betrokkenheid bij diverse landelijke ICT trajecten (zie details).

Het is die vanzelfsprekendheid die ik graag uitdraag bij het vervullen van mijn taak als Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG) voor een aantal organisaties in de gezondheidszorg en sport en als initiatiefnemer van het Platform FG Zorg. 

Rob Stadt